thumb image

Vlaanderen past E-peilen aan

VK Architects & Engineers zet zich samen met Bauphi en RHDHV weer in voor de ”Studie naar de kostenoptimale niveaus van de minimumeisen van niet-residentiële gebouwen” van het VEA (Vlaams Energie Agentschap). De vorige studie in 2015 was alvast een succes.

Stappenplan voor de E-peilen

Om te garanderen dat de vooropgestelde energieprestatie-eisen haalbaar en betaalbaar blijven, wordt in Vlaanderen om de twee jaar een nieuwe studie gemaakt over de kostenoptimale E-peilen. Indien nodig, wordt dit vooropgestelde pad dan bijgestuurd. De Vlaamse regering legde in 2014 het aanscherpingspad van het E-peil voor kantoren en scholen vast: E55 in 2016, E50 in 2018, E45 in 2020 en E40 in 2021 (BEN of bijna-energieneutraal). Op basis van de evaluatie van de energieprestatieregelgeving in 2015 en de in dat kader uitgevoerde studie, legde de Vlaamse Regering het stappenplan vast voor alle types niet-residentiële nieuwbouw en ingrijpende energetische renovatie.

 E-eis functie  2017   2021 
 Logeerfunctie 80 70
 Kantoor 55 50
 Onderwijs 55 55
 Gezondheidszorg met verblijf 80 70
 Gezondheidszorg zonder verblijf 80 65
 Gezondheidszorg operatiezalen 60 50
 Bijeenkomst hoge bezetting 80 65
 Bijeenkomst lage bezetting 80 65
 Bijeenkomst cafetaria/refter 70 60
 Keuken 70 55
 Handel 70 60
 Sport: sporthal, sportzaal 65 50
 Sport: fitness, dans 65 40
 Sport: sauna, zwembad 65 50
 Technische ruimten 55 45
 Gemeenschappelijk 55 50
 Andere 85 80
 Onbekend 85 80

 

Het hoofddoel van de studie naar kostenoptimale niveaus bestaat erin een gedetailleerde analyse op te maken van de totale kosten t.o.v. het totale primaire energieverbruik, berekend volgens de methode voor niet-residentiële gebouwen (EPN-rekenmethode), van een aantal energiebesparende maatregelenpakketten (bouwkundig en installatietechnisch) die op een set van referentiegebouwen en gebouwonderdelen worden toegepast. Op die manier kunnen de kostenoptimale en de kostenefficiënte eisenniveaus worden bepaald. De verkregen kostenoptimale niveaus worden dan vergeleken met de op dat moment geldende en geplande EPB-eisen bij nieuwbouw en energetisch ingrijpende renovaties op onderdeelniveau en op gebouwniveau, zodat de Vlaamse overheid de bestaande en geplande energieprestatie-eisen kan aftoetsen aan de kostenoptimale niveaus.

Referentiegebouwen

In de studie naar het kostenoptimum uit 2015 werden verschillende scenario’s doorgerekend voor 11 gebouwen met in totaal 26 functies. Deze gebouwen werden geselecteerd door het VEA uit hun bestaande databank. In de huidige studie worden nieuwe projecten toegepast uit het repertorium van VK. De referentiegebouwen werden geselecteerd uit de uitgebreide hoeveelheid en diversiteit aan projecten waaraan VK de voorbije jaren heeft meegewerkt voor verschillende disciplines (speciale technieken, duurzaamheid, EPB, stabiliteit, architectuur…). Zo komen van de verschillende functies uit de EPN-methode 38 functies voor in 11 verschillende gebouwen.

  • Kantoor KOP Beneluxpark – POLO Architects
  • Labo Rode Kruis Mechelen – POLO Architects
  • School Henleykaai – Bel-architecten & Bob McMaster Architecten
  • Hogeschool Artesis Antwerpen – POLO Architects & Jaspers-Eyers Architects
  • Handelsruimte Kouterdreef – B2Ai
  • Showroom Reynaers – Jaspers-Eyers Architects
  • Zwembad Heist op den Berg – LD architecten
  • Hotel Sterea – SUM
  • Woonzorgcentrum Zwevezele – VK Architects & Engineers
  • Ziekenhuis ZNA – VK Architects & Engineers
  • Bibliotheek Zuidboulevard – Goedefroo + Goedefroo Architecten & Robbrecht en Daem Architecten

De gekozen gebouwen zijn representatief voor de gebouwenmarkt in Vlaanderen. Het zijn gebouwen die zich in ontwerp-/uitvoeringsfase bevinden of opgeleverd werden in de laatste 5 jaar. De typologieën en geometrische eigenschappen van de gekozen referentiegebouwen werden vergeleken met eigenschappen van gebouwen uit de EPB-databank en de projectenlijst van VK.

Zo werd gekozen voor een mooie spreiding van zowel grote als kleine gebouwen, compacte en minder compacte vormen, met verschillende functie-indelingen en raamoppervlaktes. De raamoppervlakte wordt eveneens opgenomen als variabele in de te onderzoeken maatregelen. Bovendien zullen de 11 gebouwen uit de voorgaande studie ter vergelijking meegenomen worden in de finale analyse, zodat er uiteindelijk 22 gebouwen en 64 functies deel zullen uitmaken van het onderzoek naar kostenoptimale energieprestatieniveaus.

Overleg met de sector

Op dinsdag 18 april werd de benchmarking van de referentiegebouwen en de kostenbepaling van de verschillende maatregelen toegelicht op een stakeholdersoverleg. Hierbij mochten verschillende partijen uit de bouwsector vragen stellen en eventuele aanbevelingen doen die in rekening zullen gebracht worden in het onderzoek. Het finale rapport van de studie zal door het VEA gepubliceerd worden eind 2017.